Sahara Challenge
Libya 2009

27 februari t/m 22 maart 2009
Sahara
Libië

Libië

Libië is een Arabisch land in Noord-Afrika. Het grenst in het westen aan Tunesië en Algerije, in het oosten aan Egypte, in het zuiden aan Niger en Tsjaad, in het zuidoosten aan Soedan en in het noorden aan de Middellandse Zee.

Libië heeft een kleine bevolking die een groot oppervlak bewoont. De bevolkingsdichtheid verschilt van ongeveer drie mensen per vierkante kilometer in de twee noordelijke streken (Tripolitanië en Cyrenaica), tot minder dan 1 persoon per vierkante kilometer in de rest van het land. Libië is een van de dunstbevolkte landen ter wereld. 90% van de bevolking woont in minder dan 10% van het land, merendeels aan de kust.

Het Libische volk is een mengeling van inheemse Berbervolken en Arabieren die later in het land aankwamen. Er zijn kleine Toeareg- en Toeboestammen die vooral in het zuiden leven en een nomadische of semi-nomadische levensstijl hebben. Het grootste gedeelte van de buitenlandse bevolking komt uit andere Afrikaanse landen, vooral Egypte, Tunesië en Zuid-Afrika.


Geschiedenis
Libische koninkrijken onderhielden al contact met het Griekenland in de Oudheid en het kustgebied werd onder Romeins gezag gebracht. Dat de kustzone in de eerste eeuwen van onze jaartelling veel graan en andere gewassen produceerde, blijkt uit schitterende Romeinse steden waarvan de ruïnes in o.a. Leptis Magna nog getuigen. In de nadagen van het Romeinse Rijk werd het gebied vanuit Byzantium geregeerd. In de zevende eeuw veroverden de Arabieren de Libische gewesten en brachten de islam mee. In de Middeleeuwen breidde het Ottomaanse Rijk zijn invloed uit tot Libië. Formeel bleef nog eeuwenlang de pasja van Tripolitanië de heerser in het gebied, maar een Turkse gouverneur bepaalde meestal de gang van zaken. Totdat in 1835 De Porte gebruik maakte van interne Libische twisten en het land onder direct Ottomaans bestuur plaatste.

In 1911 werd Libië inzet van een oorlog tussen het Osmaanse Rijk en Italië. In 1912 werd het Verdrag van Ouchy getekend, waarbij de Turken de Italiaanse soevereiniteit erkenden.

Aangemoedigd door Mussolini arriveerden in oktober 1938 20.000 Italiaanse landverhuizers, om in het woestijnland een bestaan als landbouwer op te bouwen. Deze "ventimilli" vormden in de beleving van de fascisten de voorhoede van wat in de jaren zestig moest zijn uitgegroeid tot een kernbevolking van 500.000 mensen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verdreef het Britse leger de Italianen en hun Duitse bondgenoten uit het land. De provincies Tripolitanië en Cyrenaica in het oosten kwamen onder Brits militair bestuur, terwijl in het westen Fezzan onder Frans militair bestuur viel. Dit ging door onder een mandaat van de Verenigde Naties (VN) tot 1950.

In december 1949 stuurde de Verenigde Naties de ondersecretaris-generaal Adriaan Pelt als Commissaris-vertegenwoordiger naar Libië. Hij moest de weg bereiden voor onafhankelijkheid. Het lukte hem binnen de gestelde termijn van twee jaar om met de verschillende stammen overeenstemming te bereiken over de stichting van een federaal koninkrijk. Op 24 december 1951 werd Libië een onafhankelijk koninkrijk met Idris I als koning.

Op 1 september 1969 vond een staatsgreep plaats onder leiding van kolonel Muammar Ghadaffi. Deze vestigde een nationalistische en pan-Arabische dictatuur met een islamitische inslag. De oliewinning werd genationaliseerd en de Engelse en Amerikaanse ingenieurs moesten het land verlaten. Ook de afstammelingen van de Ventimilli moesten hals over kop vertrekken.

Sindsdien heeft de Libische economie zeer geprofiteerd van de olieopbrengsten, die hebben geleid tot relatief weinig armoede en aantrekking van migranten uit armere buurlanden, zowel Arabische als niet-Arabische. Dit leidt af en toe tot etnische spanningen.

Gedurende de jaren '80 raakte het land in verschillende conflicten met buurlanden, die vaak het gevolg waren van pogingen tot samenwerking, die had moeten leiden tot Arabische eenheid. Ook in Afrika was Ghadaffi actief door steun te verlenen waar hij dat nuttig achtte, zoals inmenging in de burgeroorlog in het buurland Tsjaad, aan de Oegandese dictator Idi Amin bij diens inval in Tanzania en aan de verzetsbeweging Polisario in de Spaanse Sahara.

Ook met verschillende westerse landen, met name de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, liepen de spanningen hoog op. In 1979 trok Amerika diplomatiek personeel terug uit de ambassade in Tripoli toen die door een woedende menigte in brand werd gestoken. In 1984 bereikten de betrekkingen met het Verenigd Koninkrijk een dieptepunt toen vanuit de Libische ambassade in Londen geschoten werd op demonstranten tegen het Libische regime, waarbij een Britse politieagente gedood werd. Dit leidde tot verbreken van de diplomatieke betrekkingen. De uitgewezen diplomaat die de moord op zijn geweten had, zou in Libië opgehangen zijn, maar pas in 1999 zou het regime komen met een erkenning van 'algemene' verantwoordelijkheid. In combinatie met erkenning van de verantwoordelijkheid voor 'Lockerbie' (zie verder) leidde dit tot een herstel van de betrekkingen.

Het conflict met Amerika kwam tot een hoogtepunt in april 1986 toen de Amerikaanse marine de hoofdstad Tripoli bombardeerde, als vergelding voor de "vermeende rol in het terrorisme", met name bij een bomaanslag in een Berlijnse discotheek waarbij 3 doden en 230 gewonden vielen, waaronder veel Amerikaanse militairen.

In 1988 ontplofte een Boeing 747 boven het Schotse dorpje Lockerbie. Men vermoedde dat de bom afkomstig was uit Libië, bij wijze van vergelding voor het Amerikaanse bombardement. In 1992 kondigde de VN economische sancties af, omdat Libië weigerde verdachten uit te leveren.

In 1999 vond op de Nederlandse Vliegbasis Soesterberg onder Schots recht alsnog een rechtszaak plaats, waarbij de verdachten berecht werden.

Met de Sovjet-Unie waren de betrekkingen ook niet eenvoudig; een mislukte invasie in de Aouzou-strook van Tsjaad, vermoedelijk gemotiveerd door mogelijk aanwezig uranium-erts, die werd uitgevoerd met Sovjet-wapentuig, was in strijd met afspraken met de Sovjet-Unie.

Op 12 september 2003 hebben de Verenigde Naties de sancties tegen Libië beëindigd. Het beëindigen van de sancties was een gevolg van het feit dat Libië het dragen van de verantwoordelijkheid voor de ramp accepteerde en $ 2,7 miljard aan de nabestaanden van de ramp betaalde.

Sinds de val van het communisme in Europa is er een wat minder anti-Westerse koers waar te nemen. Hij geldt echter nog steeds als een steunpilaar van het regime van Robert Mugabe in Zimbabwe.

Staatsinrichting
De Libische staatsvorm is van een compleet andere opzet dan in andere republieken. Ghadaffi zegt dat Libië een "zuivere socialistische staat" is. Het is echter zo dat de formele overheidsinstituten hier en daar vaag gedefinieerd zijn. Ghadaffi zelf is officieel niet president of premier van het land, maar beschrijft zichzelf als een soort "gids" die het Libische volk helpt het socialisme te realiseren. Libië heeft een semi-grondwet en de wetten van het land zijn afgeleid van het socialisme, de islamitische wet, de sharia en van Ghadaffi's "Groene Boekje" van politieke filosofie. Libië is formeel een socialistische staat.

In de praktijk kan Libië gezien worden als een dictatuur, met Muammar Ghadaffi (Gids van de Revolutie) aan het hoofd die decreten uitvaardigt met hulp van een kleine kliek van militaire en politieke ambtenaren. Libië is beschuldigd van grootschalige schendingen van de mensenrechten en door de overheid gesponsord terrorisme.

De huidige grondwet dateert uit 1976. Een systeem van volkscongressen structureert de beraadslagingen, waaraan iedere Libische burger vanaf 18 jaar kan deelnemen. Ieder volkscongres kent als uitvoerende raad een volkscomité (een soort ministerie) dat verantwoording aflegt aan hun volkscongres. De voorzitters van het volkscomité hebben zitting in een Algemeen Volkscomité, een soort ministerraad. De Secretaris-generaal van het Algemeen Volkscomité fungeert als premier. Er is scheiding aangebracht tussen de uitvoerende en de wetgevende macht (trias politica).

De volksvertegenwoordiging (die onder andere uit de volkscongressen bestaat) kent ook een Algemeen Volkscongres (27.000 leden), het parlement. De Secretaris-generaal van het Algemeen Volkscongres fungeert als formeel staatshoofd. De Huidige minister van buitenlandse zaken is Abdel Rahman Shalgham.
Politieke partijen zijn, met uitzondering van de door Ghadaffi geleide Arabische Socialistische Unie (formeel geen politieke partij), verboden.

Taal
De hoofdtaal van Libië is het Arabisch en dat is ook de officiële taal van het land. De dialecten die door de Berbers worden gesproken hebben geen officiële status. Een gedeelte van de Libiërs spreekt ook Italiaans en Engels, vooral in de grote steden. De sprekers van het Italiaans behoren meestal tot de oudere generaties.

Godsdienst
Van de bevolking hangt 97% de soennitische islam aan.
Het Ibadisme, een islamitische stroming, heeft ook aanhang in Libië. Deze ibadistische Berbers worden door de soennieten als ketters beschouwd. In de woestijn en in de oase's hebben de Sanoesijja-orde en de Sanusi-orde nog veel aanhang. Leden van het (voormalige) Libische koningshuis hangen de Sanusi-variant van de islam aan.

Er zijn circa 50 000 koptisch-orthodoxen en circa 40.000 katholieken. De katholieken worden door twee bisschoppen gediend, één in Tripoli, een tweede in Benghazi.

Steden
* hoofdstad: Tripoli
* andere steden: Adjabiya, Benghazi, Ghadames, Ghat, Sabratha, Tobruk

Bezienswaardigheden
* Cyrene
* Ghadames
* Leptis Magna
* Sabratha
* Tadrart Acacus

Klimaat
Aan de kust heerst een Middellandse Zeeklimaat. Verder naar het zuiden heeft Libie een droog woestijnklimaat.

De Dinar is de munteenheid van Libië. Een Dinar is honderd Dirham.
Er zijn munten van 5,10, 20, 50, 100, 250 en 500 Dirham. Het papiergeld is er in 1, 5, 10 en 20 Dinar.
Een Libische Dinar is ongeveer gelijk aan 0,60 Euro.

Culinair

De Libische keuken is erg veelzijdig. Maar in de sahara koken de Crews om beurten.

Day 6      Wednesday, March 4
Art Rover
Voorgerecht: Gevogelte/spinaziesoep met gerookte kip
Hoofdgerecht: Wilde rijst met sexy zalm en verleidelijke venkel
Nagerecht: Zoet toetje met sinaasappel smaak
 
 
Day 7     Thursday, March 5
Bocken Rover
Voorgerecht: Vlinder dun gesneden gerookte hespgebraad /kaas met mosterd.
Hoodgerecht: Videe vlees met puree en salade (liever frietjes maar ja dat maken we nog wel eens goed )
Nagerecht: Gemengd fruit
 
 
Day 8     Friday, March 6
Cherry Bomb
Voorgerecht:
Hoofdgerecht:
Nagerecht:
 
 
Day 9     Saturday, March 7
Dragon Rover
Voorgerecht:
Hoofdgerecht:
Nagerecht:
 
 
Day 10     Sunday, March 8
Lood Rover
Voorgerecht:
Hoofdgerecht:
Nagerecht:
 
 
Day 11     Monday, March 9
Smokey & The Bandit
Voorgerecht: Soep
Hoofdgerecht: Zalm met mosterdille saus met Tagliatelle eventueel aangevuld met verse dille en peterselie.
Nagerecht: Toetje (even kijken wat goed houdbaar is)
 
 
Day 12     Tuesday, March 10
Art Rover
Voorgerecht: Ceasar Salad (klassiek)
Hoofdgerecht: Sweet & Sour chicken (gemaakt van vlees dat verkrijgbaar is) met witte rijst.
Nagerecht: Zoet toetje met chocolade en kokos
 
 
Day 13     Wednesday, March 11
Bocken Rover
Voorgerecht: Tomatensoep
Hoofdgerecht: (Bamischotel) rijst of pasta in de vorm van rijst met kip en verse groenten anders met wokgroentjes.
Nagerecht: Blokjes kaas of een stuk vers fruit 
 
 
Day 14     Thursday, March 12
Cherry Bomb
Voorgerecht:
Hoofdgerecht:
Nagerecht:
 
 
Day 15     Friday, March 13
Dragon Rover
Voorgerecht:
Hoofdgerecht:
Nagerecht:
 
 
Day 16     Saturday, March 14
Lood Rover
Voorgerecht:
Hoofdgerecht:
Nagerecht:
 
 
Day 17     Sunday, March 15
Smokey & The Bandit
Voorgerecht: Salade (als dit ergens vers te krijgen is) aangevuld met tomaatjes en een heerlijke dressing
Hoofdgerecht: Runderhachee met gekookte aardappeltjes en groenten (zijn we nog niet over uit).
Nagerecht: Flensjes met fruit